Klagenfurt (2005)
 
 
Aan het eind van de pier zingt de wind een troostend lied
 

 

Aan het eind van de pier zingt de wind een troostend lied.
Tankers varen voorbij, maar zien haar niet.
Wie is een held en wie wendt de steven
als de kans maar een keer wordt gegeven?

Het verschil tussen springen en verdergaan
is niet veel groter dan de spreekwoordelijke
kameel die voor het oog van de naald komt te staan.

En de wind zingt zijn lied voor haar
en ziet haar lopen, richting boulevard.
Hij blaast haar een deuntje achterna.
De tanker drinkt zijn misthoorn leeg in ‘A'.

 
 
De merel, de emelt tussen de snavel geklemd
 
 
De merel, de emelt tussen de snavel geklemd,
snelt zoekend door het gras.
Medelijden met de zwakkeren geeft hier geen pas.
Het keihard werken, dag in, dag uit,
de kunde, ervaring en kracht,
zouden inspirerend moeten werken,
maar daartoe ontbreekt mij de macht.
 
 
Waarom grijns je als je diep gaat?
 
 
Waarom grijns je als je diep gaat?
Waarom lach je alles weg?
Je doet teniet wat je net gedaan hebt
En kijkt gegeneerd als ik het zeg.

Ik sta daar met mijn broek tot op mijn voeten,
Met mijn ziel, braakliggend land.
Dat houd ik niet zo heel lang vol.
Er zijn er voor minder wel verbrand.

Ja, maar, de spanning is ineens verdwenen.
Je zet zo iedereen op het verkeerde been.
Ja, sorry, ik zal proberen het te laten,
maar walst dan niet iedereen over mij heen?

 
 
Een kwestie van doorlopend leren
 
 
Een kwestie van doorlopend leren
en verkeren in hoger sferen
houdt de geest scherp en recht de rug.
Het alternatief heet hier creperen,
consumeren en interen
en dan is er geen weg meer terug.
 
 
Een stad van zwarte stenen
 
 
Een stad van zwarte stenen,
de lucht onbereikbaar blauw,
zwanger van gebeden
en een onvoorstelbare kou.

Een mens, verdwaasd, verloren,
dwarrelt zonder richting rond.
Geen enkel antwoord ligt besloten
in deze onvruchtbare grond.

 
 
Eindelijk, na al die jaren, speel ik ‘Zonder wrok’
 
 
Eindelijk, na al die jaren, speel ik ‘Zonder wrok’,
het ‘I hold no grudge’ van Nina Simone.
Zo’n stem, zo’n intensiteit, zo’n hitte en zo’n shock.
Wat een kloteland is Amerika, dat ze in Frankrijk moest gaan wonen.
Ze heeft het geprobeerd, naast Dylan, King en Baesz.
Ze zong in witte zalen op de piano hamerend ‘Mississippi goddamn’.
En voor mij, lichtgewicht uit het land tussen Schelde en Maas,
rest niets dan eerbied en een diepe buiging voor deze zwarte gem.
 
 
En eens zakken je ogen weg in hun kassen
 
 
En eens zakken je ogen weg in hun kassen
en vallen je handen slap langs je lijf.
Dan is alles voorbij en duwen vaardige handen
je blaas leeg en kleden je aan, voordat je stijf
met een steeds glaziger aanzicht in een kist ligt
en een vormeloze rij een laatste groet uitbrengt.
Harde, grove blokken klei ranselen het hout.
Je was nooit oud, maar toch heeft de tijd je verzengd.
 
 
Er heerst rust rond deze velden
 
 
Er heerst rust rond deze velden.
Chaos is een eindje om.
Geduld treedt binnen in de bloedbaan
en de dood blijft even staan.

Toch ruist binnen handbereik het schelden
en profeten roepen ‘kom’.
Vooralsnog kan ik hen weerstaan.
Ik neig naar donkere uren, maar vraag niet meer waarom.

 
 
Ik ga naar elke expositie
 
 
Ik ga naar elke expositie,
van Picasso tot Matisse.
Ik lees alle boeken uit de bibliotheek
en ga naar alle films; ik kies,
maar ik mis mijn andere helft,
die ik altijd noemde mijn betere helft.
Ook al zeggen sommigen dat ik dat niet moet zeggen,
ze kennen niet mijn verlies.

Ik heb niets meer om voor te leven
en wacht mijn tijd maar af,
maar dat hij als eerste ging
voelt aan als een straf.

Dus ga ik naar elke expositie,
van Kandinsky tot Van Gogh.
Het houdt me enigszins op de been,
maar verder; wat rest er mij nog?

Ik heb niets meer om voor te leven
en wacht mijn tijd maar af,
maar dat hij als eerste ging
voelt aan als een straf.

 
 
Hij kwam terug uit de oorlog
 
 
Hij kwam terug uit de oorlog
met een wond zo groot als zijn hele lijf.
“Dit wordt niets”, zei hij en stierf voor hij ’t wist.

Niet veel later kwam hij bij,
zuchtte nog eens diep en stond toen op
en zei: “Blij dat ik me heb vergist”.

 
 
Klagenfurt, tentoonstelling van Paul Klee
 
 
Klagenfurt, tentoonstelling van Paul Klee.
Het verhaal achter de kunstenaar neemt me altijd mee.
Soms ben ik meer geïnteresseerd in hun biografie
dan in hun etsen, olieverven, aquarellen of een lithografie.
Bij Klee ook, maar zijn werk is uitzonderlijk mooi en
zo niet mooi, dan altijd wel intrigerend
en voor mij, kleine scharrelaar in de marge van
het wereldgebeuren, bijzonder en merkwaardig inspirerend.
 
 
Mijn gedachten krijg je niet
 
 
Mijn gedachten krijg je niet.
Wel wil ik je verhalen vertellen.
Over hoe ik denk dat het is.
Mijn gedachten zijn dat niet.
Het is maar hoe je het ziet,
want ik zit vaak mis.
 
 
Nee, het is geen dejavus, want ik zag het tijdens mijn leven
 
 
Nee, het is geen dejavus, want ik zag het tijdens mijn leven.
Die Duitse woonkazernes met grauw stucwerk op de muur.
Ik was heel jong en zonder deze hernieuwde kennismaking
zou het me niet doen denken aan Mühlheim aan de Rur.
Zoals een dekenkist bij Intratuin me doet denken aan m’n oma
- niet vanwege de kist, maar de mottenballengeur –
en mijn handen en mijn houding aan mijn vader of mijn broer,
zijn dit allemaal herinneringen in een huis met vele kamers
en gluur ik door de deur.
 
 
Nergens huilt de wind zo naargeestig als daar
 
 
Nergens huilt de wind zo naargeestig als daar.
Nergens beuken de golven zo dreigend.
Nergens blaast het scherpe zand de haren zo uit je broek en de tranen uit je ogen.
Nergens krijsen de meeuwen zo oorverdovend.
Nergens laat alles zich zo ergens niets aan gelegen liggen.
Nergens verdwijnen voetstappen zo snel.
Nergens is een eenzamer plaats.
Nergens kom ik zo graag.
 
 
Onrust beheerst het denken
 
 
Onrust beheerst het denken.
Alle troeven lijken uitgespeeld.
Aan de einder lacht de dood.
Die heeft zich nog nimmer verveeld.
Hoog torent verloren luister
als een epitaaf op een graf:
Hier liggen ongebruikte kansen,
getalenteerd, maar laf.
 
 
Ruw hout vol nerven en kwarren
 
 
Ruw hout vol nerven en kwarren.
Een oude fiets tegen een schutting vol klimop.
Schichtige katten achter opengeritste vuilniszakken.
Een gevoel van kwaadaardigheid in een mens.
Het is niet zoiets als het vullen van vakken.
Op de spirituele radio zit geen stopknop
en geen haar op mijn hoofd denkt aan narren.
 
 
’s Avonds, voor een oud vuur, starend in de blokken
 
 
’s Avonds, voor een oud vuur, starend in de blokken.
Rood huilt de kleur als verloren zielen in de nacht.
De paardendeken om je lichaam, zwetend van de kou.
Vier ruiters in de verte, waarvan de eerste nu reeds lacht.
Verborgen hitte in koortsdromen, ergens stort een poes
herinneringen als naalden uit een hooiberg in de as.
Een hoog huis aan de vest tast peinzend om zich heen
en vraagt zich somber maar gelaten af wie hij eigenlijk ook weer was.
 
 
Schermen, een doolhof, een labyrint
 
 
Schermen, een doolhof, een labyrint.
Een coulisselandschap, schuivende panelen.
En achter elk daarvan komt er weer één.
En nooit lijkt het te lukken, met nog geen hint,
om te ontwaren waar ik door de zon beschenen
uit de schaduw treed, waar moet ik heen?

Er is geen koers, geen visie, geen missie.
Alleen het rennen als een kip zonder kop.
Nederig vraag ik aan niemand in het bijzonder permissie:
welke kant moet ik nu eigenlijk op?

En als de vorige vraag terugkaatst als een verre echo,
als ik hem zelf beantwoorden moet,
vraag ik me voor de zoveelste keer af: zeg, oh
lot, waarvoor word ik toch steeds beboet?

 
 
Wat heb ik toch misdaan in een vorig leven
 
 
Wat heb ik toch misdaan in een vorig leven
dat ik nu niet weet hoe ik verder moet?
Wat een flauwekul en onzin:
al dat gelul over wel en niet beboet!

Toch, die valse schijn van een vorig leven.
Toch de idee dat dit niet alles is.
Nergens is er enig houvast te bespeuren
en, zoals gewoonlijk, heb ik het meestal mis.

Geen therapie kan mij genezen.
Geen welgekozen woord van wie dan ook.
Geen zinsnede uit een boek
of voorspellend lezen van de rook.
Ergerlijk, dit heen en weer geslingerd worden
tussen wie ik ben en wat ik doe.
Ik heb geen diepgeworteld geloof in eigen kunnen
en de zoektocht dáárnaar is taboe.

En ook al zou ik dat wel willen,
ben ik dan wel sterk genoeg,
of eindig ik dan als zo velen
In de goot of in de kroeg?

 
 
Wat is het nut van reïncarnatie als je in een
 
 
Wat is het nut van reïncarnatie als je in een
volgend leven niet meer weet wie je in het
vorige bent geweest?

Wat is het doel van een kruiswegstatie als je
al het leed vergeet en zonder na te denken
opstaat uit de dood en vertrekt
met achterlating van een verwarring en chaos zaaiende geest?

En, ten slotte, wat is creatie als je al die tijd
met stugge vlijt besteedt aan louter adoratie
voor degene die dit leest?

 
 

terug naar overzicht
Klein leed
Zwarte dag, lichte nacht
In mijn donker uur
Dit eiland, mijn leven
Schijnvertoning
Klagenfurt
zintuiglijk geweld
De zeurende aanwezigheid van schijn
Madonna aan het Woord