De zeurende aanwezigheid van schijn (2006)
 
   
Als alles anders is dan in je dromen
 
   

Als alles anders is dan in je dromen
en het leven zelf je te weinig biedt,
kun je er niet aan ontkomen
dat je nooit een toekomst ziet.
Behalve dan in je dromen,
buitenom de werkelijkheid,
waar immer bloed blijft stromen
en je kunt ontsnappen aan het regime van de genadeloze tijd.

 
 
Als de zon
 
 

Als de zon vanachter de wolken weer
tevoorschijn komt is er meteen minder wind.
Los van een natuurkundig verschijnsel
is het ook een metafoor voor wat ik vind.

 
 
Chinese stoelen
 
 

In ons huis staan twee stoelen.
Ze zijn meer dan honderd jaar oud.
Reeds duizenden handen
doordrenkten het hout.

In ons huis staan twee Chinese stoelen.
Ik zie de mandarijnen zitten,
plechtig en trots op wat voorouders verrichtten,
die het ene na het andere dynastiekje stichtten.

De stoelen zijn zwanger van
verhalen over hun daden.
Over rechten en plichten.
Gevechten en gedichten.
En hoe ze uiteindelijk werden verraden.
Gevlucht, gezocht, gevonden.
Gezucht, verkocht, verzonden.

In ons huis staan twee oude Chinese stoelen
ooit bezeten door een man en vrouw,
waar ik helemaal niets van weet,
maar in gedachten veel van hou.

 
---  

En, maar dit geheel terzijde,
zo vinden wij beiden,
- al gaat het door kussens wat beter - ;
ze zitten voor geen meter.

 
   

Daar gaan ze

 
 

Daar gaan ze, de grond, roestbruin ijzer,
de wind wolkt stof omhoog onder hun voeten.
De licht is grijs, paars, aubergine,
de zon gesmolten robijn.

Eersten en laatsten niet veel wijzer,
gehuld in het kleed van schuld en boete.
Een droom bezocht, een wereld gezien
en de maker ervan schrijft met pijn.

Hier lopen ze, bedelaar en keizer,
die allen langs dezelfde weg moeten.
Zij besloten immers; dit is wat ik dien.
En wat je verwacht zal zijn.

En ik, ik blijf achter, tot de zeis er
aankomt en ook ik moet gaan begroeten
de dood, maar ik geloof niet in nadien,
slechts in het couplet; er is geen refrein.

 
 
De adem die ik uitblaas
 
 

De adem die ik uitblaas
zuig ik huiverend weer in.
De tranen die ik laat
drink ik op; het heeft misschien geen zin,
maar alles wat een einde lijkt
wordt zo een nieuw begin.
En dan lijkt het, althans even,
of ik van de tijd een stuk herwin.

 
 
De dood klopt zachtjes op de deur
 
 

De dood klopt zachtjes op de deur.
Ik doe open; hij heeft nog een vriendelijk gezicht.
Er gaat nog geen dreiging van hem uit.
“Je hebt nog een jaar of veertig, beste vent.”

Rond hem hangt de vage geur
van onvervulde wensen en te lang gevoelde plicht.
Voorlopig ben ik dan wel niet zijn buit,
toch is zijn gezicht me reeds akelig bekend.

 
 
De heer der zotten zat ten troon
 
 

De heer der zotten zat ten troon,
omringd door narren en proleten.
Hij las voor uit De lof der zotheid, op een toon
die men niet licht zal kunnen vergeten.

Daarna sprak hij, plechtig en voornaam,
zijn veelkleurige kleden zachtjes strijkend.
“Mij treft uiteraard geen enkele blaam,
en juist dát is zo verrijkend,
want, overladen met veel hoon,
worden zotten nimmer serieus genomen
en daarom is menig heilige boon
in dit leven niet zo ver gekomen.”

Daarop schalde zijn lach door het paleis
en zongen zijn onderdanen hem schaterend toe,
want zoals iedereen weet zijn zotten wijs
en vangt een haas een enkele keer een koe.

 
 
Dit is voor de wanhopigen die nooit een uitweg zien
 
 

Dit is voor de wanhopigen die nooit een uitweg zien.
Die schaars gekleed met schele ogen en mager bovendien
de armen ten hemel heffen, als dode takken uit de as.
Pijnlijk gekromde ruggen, als vraagtekens van hol gras.
Strompelend over dode akkers, harde kluiten, blauwe klei.
Lege blikken, graaiende vingers, klauwend in een dodenrei.
Soms is er geen hulp te geven, helpt geen moedertje lief.
Zelfs in de nabijheid van een madonna was hun ziel reeds buit van een Faustiaanse dief.

 
 
Een idee wordt geboren in een fractie van de tijd
 
 

Een idee wordt geboren in een fractie van de tijd.
Eraan werken duurt altijd een eeuwigheid.
Dit besef doet wonderen.
De tijd laat zich wel degelijk bedonderen.

Of is het, twijfel sluipt weer naderbij,
een conclusie uit verkeerd geïnterpreteerd onderricht?
Maar die gedachte duw ik ruw terzij-
de en vermoeid wrijf ik de rimpels uit mijn gezicht.

 
 
Het inzicht kwam sneller dan verwacht
 
 

Het inzicht kwam sneller dan verwacht.
Ogenschijnlijke ergernissen.
Palaver en gelamenteer.
Dit ging niet om de stenen,
nee, dit ging om de eer.

Hersenschimmen, geesteskracht.
Het onvermijdelijk vergissen.
Wellicht té strak in de leer.
De tijd valt niet te belenen.
Hij gaat heen en komt niet weer.

 
 
Zo was er dus weer een dag voorbijgegaan
 
 

Zo was er dus weer een dag voorbijgegaan.
Spoorloos in de tijd verdwenen.
Van een zinvol bestaan ontdaan.
Van wat was en had kunnen zijn.
Nu slechts door herinnering beschenen.
Geen dag als ritueel aandenken.
Geen houvast aan een traag verlangen.
Geen rust die bevrediging kan schenken.
Slechts de zeurende aanwezigheid van schijn
die bedriegt en waar nut en noodzaak zich lieten vangen.

 
 
Het zevende uur (severum ururis)
 
 

Paksoidrama in de wok.
De steeltjes trillend ten hemel geheven.
Waanzinsaus op aubergineske wijze bereid.
Er is geen tijd, slechts lijden,
in een ondraaglijk lome deining,
waar, als op rottende herfstgrond,
Fungus verlaatmijnii gedijt.

 
   

terug naar overzicht
Klein leed
Zwarte dag, lichte nacht
In mijn donker uur
Dit eiland, mijn leven
Schijnvertoning
Klagenfurt
zintuiglijk geweld

De zeurende aanwezigheid van schijn

Madonna aan het Woord