07-11-2001

In het jeugdboek De terugkeer van de Vikingen scheert auteur Robbert Jan Swiers soms dicht langs de werkelijkheid. foto Lex de Meester

   

Vier jeugdboeken in één jaar

 

 

 
door Ernst Jan Rozendaal  
 

MIDDELBURG - Over Simon Vestdijk zei dichter Adriaan Roland Holst dat hij sneller kon schrijven dan God kon lezen. Zo groot was de productie van de beroemde literator. Het lijkt wel of de Middelburgse jeugdboekenschrijver Robbert Jan Swiers wijlen Vestdijk naar de kroon probeert te steken. Hoewel hij een bijna volle baan heeft, is hij er daarnaast in geslaagd dit jaar vier jeugdboeken te publiceren.
De teller staat op twintig, maar dat zal niet lang duren. En dan gaat het alleen over jeugdboeken, want Swiers heeft nog zeven andere publicaties en een stapel brochures, folders en artikelen op zijn naam staan. „Ik ben dol op deadlines", zegt hij monter. „Van het voorjaar moet ik weer vier boeken afhebben. Heerlijk."
Dit jaar heeft Swiers vier jeugdboeken het licht laten zien bij drie verschillende uitgevers. Voor zevenjarigen heeft hij Het eiland van de wolken geschreven, een publicatie die balanceert op de grens van verhaal en prentenboek. Voor de categorie tien-plus ligt De dubbelganger in de winkel, een avonturenroman die zich afspeelt in Zuid-Frankrijk. Iedereen is mooi is de titel van een zogenaamd 'knieboek' voor de jonkies. Uiterlijk doet het boek denken aan een kalender. De juf kan het op haar knie nemen en een verhaal voorlezen, de luisterende kinderen zien dan het bijbehorende plaatje voor haar schenen bungelen. Voor het knieboek heeft Swiers een verhaal geschreven over de eerste zwemles. Een ander verhaal is aangedragen door Lydia Rood.
Het werk waar hij met het meeste genoegen op terugkijkt is De terugkeer van de Vikingen. Dat is het eerste deel van de zesdelige serie De Duinbeek Mysteries, bestemd voor lezers van twaalf jaar en ouder. „Dit eerste deel speelt zich geheel af op Walcheren", vertelt Swiers. „Het voormalige Rijksarchief in Middelburg, kasteel Westhove bij Oostkapelle, dat soort locaties komt erin voor. Kennelijk is het zo nauwkeurig beschreven dat de uitgever het nodig vond in het begin van het boek de mededeling 'Dit boek is fictioneel' mee te nemen. Zo dicht scheer ik langs de werkelijkheid. De volgende delen spelen zich af in alle hoeken van de wereld. Indonesië, Duitsland, Egypte. Het is een echte avonturenreeks. Het boek is verschenen bij uitgeverij De Eekhoorn. Dat is ook de uitgever van de Bob Evers-serie. Ik vind het mooi om in die traditie te werken." In De terugkeer van de Vikingen komt alles samen wat Swiers interesseert. „Er zit geschiedenis in, aardrijkskunde, spanning, humor, het is voor kinderen maar toch een behoorlijk dik boek, wat me weer de gelegenheid geeft allerlei tussenplotjes en aardige zijpaden erin te verwerken. Schrijf je voor kinderen van vier of vijf, dan is de plot miniem en blijven de zinnen kort. Heb je veertigduizend woorden tot je beschikking dan kun je veel doen." Swiers werkt vier dagen per week voor de provincie. Voor het schrijven heeft hij dus één dag per week over, plus de avonduren en eventueel de weekeinden. „Zo werkt het natuurlijk niet. Als ik de geest krijg, neem ik een aantal dagen vrij om door te schrijven. Regelmatig werk ik ook 's nachts. Ik werk wel snel. Ik heb gemerkt dat een boek zich eerst in mijn hoofd vormt. Ik weet niet of het een talent is, maar echt alles uit de werkelijkheid kan bij mij aanleiding zijn voor een verhaal. Dat ontstaat in mijn hoofd. Als dat proces is afgerond, ga ik ervoor zitten en schrijf ik het boek in een maand. Ik ben geen schrijver die worstelt met het witte papier. Ik kan geen half jaar aan een boek werken." Hoewel Swiers het schrijven niet als hobby beschouwt, is het zo wel begonnen. „Ik ben begonnen omdat ik het leuk vond in mijn vrije tijd te schrijven. Ik doe het met veel plezier. In het gunstigste geval raak je soms bijna in trance achter de computer. Dan zijn er ineens drie uren voorbij. Op die manier schrijf je vaak de beste pagina's. Dat is de kick van het schrijven. De tweede kick is natuurlijk dat wat je schrijft ook wordt uitgegeven."
Dat zijn werk aanslaat, blijkt onder meer uit schoolbezoeken die hij aflegt. Daar reageren jongeren op zijn werk. „Ik zie het ook aan de leengeldvergoeding. Die is elk jaar hoger. Het is toch mooi als uit een afrekening blijkt dat een bepaald boek vijfduizend keer is uitgeleend. Het is een heerlijk gevoel te weten dat elke dag ergens in Nederland een kind jouw boek zit te lezen."