18-02-2019
 
 

Detective Sherlock Holmes is terug. Als vrouw deze keer, ze heet Mary Copeland. In Victoriaans Londen duikt ze in de bloedigste moordzaken.

 
 


Jan van Damme
 

Sherlock Holmes kijkt naar een oude hoed. Hmm, concludeert hij na niet eens zo lang nadenken: de eigenaar is een intellectueel, was in goede doen maar verkeert nu in een lastig parket. Met dat onwaarschijnlijke observatievermogen laat hij zijn hulp dr. Watson en alle omstanders verbijsterd achter. De Britse detective Sherlock Holmes is legendarisch. Sir Arthur Conan Doyle riep hem rond 1900 in het leven. In televisieseries en films figureert hij tot op de dag van vandaag. Met de relatief jonge Benedict Cumberbatch als recentste superster en – jawel – sekssymbool.

Nu neemt een Zeeuwse auteur ons mee naar Londen, eind 19de eeuw. Robbert Jan Swiers (1959) is schrijver van vrijwel alle genres, filmer, componist en muzikant. Hij gaf al eerder blijk van zijn fascinatie voor de tijd dat stoomslierten de perrons sfeer gaven en lantaarnopstekers elke avond hun ronde deden. De verhalen in zijn twee jaar geleden verschenen bundel Belle Epoque spelen een ruime honderd jaar geleden. Het kenmerkende aan het boek is het sterke magisch-realisme, er wordt nogal eens over de grens van leven en dood heen gestapt.

In zijn pas verschenen boek Mary Copeland, Victoriaanse detective ontbreekt dat magisch-realistische. We komen terecht in de wereld van een vrouwelijke Sherlock Holmes, een wereld waar het gaat om observeren, helder redeneren en conclusies trekken. Het zal niet verbazen: Mary Copeland kan dat als de beste.

 
Jack the Ripper

De bundel bevat vier verhalen. Datering: 1888 en iets later. Plaats: het in die tijd in smog gehulde Londen dat in de ban is van seriemoordenaar Jack the Ripper. De afzonderlijke titels van de vertellingen verwijzen naar schilderijen van kunstenaars die gerekend worden tot de prerafaëlitische broederschap, een groep Engelse kunstenaars die zich als zwaar romantisch laat kenmerken. Zo is in de titel van het eerste verhaal – Mary Copeland & The Lady of Shalott – een beroemd schilderij van John William Waterhouse verwerkt.

Sterker nog, de schilder speelt een niet onbelangrijke rol in het avontuur als hij op het nippertje gered wordt uit de moorddadige handen van een door hem afgewezen model.

Mary Copeland is een jonkie, nog geen dertig. Omdat haar ouders bij een treinongeluk zijn omgekomen woont ze vanaf haar vijfde bij haar uncle Matthew en diens vrouw. Die oom is een ervaren patholoog-anatoom, misschien is dat de reden dat zijn nichtje zich tot een kundige detective ontwikkelt. Van hem leert zij ‘formidabele vechttechnieken’, die ze meteen al in het tweede verhaal kan toepassen. Mary mag er best zijn (pagina 12): Ze was geen fotomodel, maar ze had een lief gezicht, met een lichte wipneus, rood, krullend haar dat zat opgestoken in een wilde knot en kleine sproeten langs haar neus en op haar wangen. En ook: Haar ogen, bijna lichtgevend groen, waren groot en herbergden een meelevend vonkje.

Er valt in Mary’s tijd nog heel wat te bevechten voor vrouwen. Dat is de reden dat ze haar werk voor Scotland Yard voor iedereen buiten haar eigen kring geheim houdt. De brave diender Irvin Barlow – die bliksemsnel promotie maakt – is haar vaste maatje. Ze krijgt met uiterst bloedige zaken te maken: er wordt volop gevild, gehakt en gesneden. Mary heeft een sterke maag. En, zoals gezegd, een uitzonderlijk goed ontwikkeld observatievermogen. Geen rood pluisje of rozenblaadje ontgaat haar.

De verhalen verlopen volgens een vast stramien. Misdaad, onderzoek op de scene en verhoren van getuigen, en als alle losse eindjes aan elkaar kunnen worden geknoopt de aanwijzing van de dader. Wat dat betreft weet Swiers met zijn Mary Copeland niet echt te verrassen. Maar ja, is dat nodig als je in de voetsporen van Sir Arthur Conan Doyle wil treden?
 
Robbert Jan Swiers: Mary Copeland, Victoriaanse detective – Uitgeverij Aspekt, 288 pagina’s, € 17,95.